direct naar inhoud van Regels

Notenhoff - partiële herziening 2015

 

Status: vastgesteld
Identificatie: NL.IMRO.0874.ANDLBP201501-VSG1
Plantype: gemeentelijke overheid/bestemmingsplan

Regels

 
Inhoudsopgave

 

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

Artikel 2 Wijze van meten

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Bedrijf - Nutsvoorziening

Artikel 4 Groen

Artikel 5 Maatschappelijk

Artikel 6 Tuin

Artikel 7 Verkeer - Verblijfsgebied

Artikel 8 Water

Artikel 9 Wonen

Artikel 10 Waarde - Archeologie 2

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 11 Antidubbeltelregel

Artikel 12 Algemene bouwregels

Artikel 13 Algemene gebruiksregels

Artikel 14 Algemene afwijkingsregels

Artikel 15 Algemene wijzigingsregels

Artikel 16 Overige regels

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 17 Overgangsrecht

Artikel 18 Slotregel

 

Bijlagen bij de Regels

Bijlage 1 - Bedrijfsactiviteiten

Lijst 1: Rechtstreeks toegestane aan huis gebonden activiteiten

Lijst 2: Toegelaten maatschappelijke voorzieningen


Bijlage 2 - Notitie parkeren

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

 

Artikel 1 Begrippen

 

1.1 plan:

het Bestemmingsplan Notenhoff - partiële herziening 2015 met identificatienummer NL.IMRO.0874.ANDLBP201501-VSG1 van de gemeente Woudrichem.

1.2 bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.

1.3 verbeelding:

de weergave van de inhoud van een bestemmingsplan (onder tek.nr. NL.IMRO.0874.ANDLBP201501-VSG1) conform het gestelde in de Regeling Standaarden Ruimtelijke Ordening 2012. Onder het begrip 'verbeelding' wordt zowel de analoge wijze als de digitale wijze verstaan.

1.4 aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.5 aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.6 aanduidingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak waarop een aanduiding betrekking heeft.

1.7 aaneengebouwde woning:

een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van meer dan twee aaneengebouwde woningen, niet zijnde een gestapelde woning.

1.8 aan huis gebonden activiteiten:

een beroeps- dan wel bedrijfsmatige activiteit die in de woning, dan wel een bij de woning behorend (vrijstaand) bijgebouw binnen het bestemmingsvlak, door de bewoner wordt uitgeoefend, die in zijn functie ondergeschikt is aan de woning en die qua aard, intensiteit en uitstraling past binnen de woonomgeving.

1.9 archeologische waarde:

de aan een gebied toegekende, of naar verwachting voorkomende, waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden.

1.10 achtererfgebied

erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 meter achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen.

In hoeksituaties zal de lijn uit de zijgevel, vanaf het punt op 1 m achter de voorkant, evenwijdig meelopen met het openbaar toegankelijk gebied dat aan de zijkant van het perceel is gelegen. Bij rechthoekige verkavelingen zal de lijn in zo’n geval direct langs de zijgevel en in het verlengde daarvan, verder naar achteren lopen. Deze begrenzing valt veelal samen met de zijgevelrooilijn, die in hoeksituaties wordt aangemerkt als voorgevelrooilijn.

1.11 bebouwing:

één of meer gebouwen, bijbehorende bouwwerken en overige bouwwerken.

1.12 bed & breakfast:

een kleinschalige, aan de woonfunctie ondergeschikte, kortdurende, toeristische verblijfsvoorziening, voor uitsluitend logies en ontbijt, die deel uitmaakt van het hoofdgebouw of is gevestigd in één van de bijgebouwen.

1.13 bedrijfswoning/dienstwoning:

een woning in of bij een gebouw, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bedrijfsvoering van het gebouw of het terrein noodzakelijk is.

1.14 bedrijf:

een onderneming waarbij de bedrijfsactiviteiten gericht zijn op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop c.q. levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen.

1.15 beroeps- cq. bedrijfsvloeroppervlak:

de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor aan huis gebonden activiteiten c.q. een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke.

1.16 begane grond:

dat gedeelte van een gebouw dat met de natuurlijke oppervlakte van het terrein, zonder enige kunstmatige verhoging, gelijk is.

1.17 bestaand (in relatie tot bebouwing):

een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan legaal aanwezig of in uitvoering is dan wel gebouwd kan worden krachtens een vergunning.

1.18 bestaand (in relatie tot gebruik):

het legale gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan.

1.19 besluit externe veiligheid inrichtingen:

Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen zoals deze luidde op 27 mei 2004, staatsblad 2004, nr. 250.

1.20 bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak.

1.21 bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.22 bevoegd gezag:

bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning.

1.23 bewoner:

iemand die zijn hoofdverblijf heeft in de woning en ook als zodanig staat ingeschreven in de GBA.

1.24 bijbehorend bouwwerk:

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak.

1.25 bijgebouw:

een niet voor bewoning bestemd, vrijstaand of aangebouwd gebouw, dat een gebruikseenheid vormt met en dienstbaar is aan een woning, zoals een garage of huishoudelijke bergruimte.

1.26 bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.

1.27 bouwgrens:

de grens van een bouwvlak.

1.28 bouwlaag:

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd en waarvan de lagen een nagenoeg gelijk omvang hebben, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, dakopbouw en/of zolder.

1.29 bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.30 bouwperceelgrens:

een grens van een bouwperceel.

1.31 bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en overige bouwwerken zijn toegelaten.

1.32 bouwwerk:

een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.33 bruto-vloeroppervlakte:

de gezamenlijke vloeroppervlakte van alle voor mensen toegankelijke ruimten binnen een gebouw.

1.34 cultuurhistorische waarden:

de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarden, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik, dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt.

1.35 dak:

iedere bovenbeëindiging van een gebouw.

1.36 detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

1.37 dienstverlening:

het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen.

1.38 eerstelijnzorg:

zorg waar men zelf zonder verwijzing naartoe kan gaan, zoals een dierenarts, huisarts of tandarts.

1.39 erker en serre

uitbouw met een beperkte omvang, die zich bevindt aan de voor- of zijgevel(s) van een hoofdgebouw en daaraan ondergeschikt is.

1.40 erotisch getinte vermaaksfunctie:

een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal.

1.41 evenement:

een één of meerdaagse voor het publiek toegankelijke grote of kleine gebeurtenis die verplaatsbaar is en waarbij muziek, kunst, cultuur, sport, religie, wetenschap of een combinatie van deze centraal staat en die terugkerend of eenmalig is.

1.42 gastenverblijf:

een aan- of uitbouw of vrijstaand bijgebouw welke ten dienste staat van een woning en welke uitsluitend gebruikt wordt om logies te bieden aan personen die elders hun hoofdverblijf hebben.

1.43 gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.44 hoofdgebouw:

een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van het perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.

1.45 horeca:

een activiteit, waarbij bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarbij bedrijfsmatig logies worden verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van erotisch getinte vermaaksfunctie en een discotheek.

1.46 huishouden:

persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan; bedrijfsmatige kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen.

1.47 kantine:

verblijfslokaal ten behoeve van o.a. recreatieve voorzieningen en maatschappelijke doeleinden waar men, als ondergeschikte functie aan de bestemming, consumpties kan kopen en nuttigen.

1.48 kantoor:

een (deel van een) gebouw dat door aard, indeling en inrichting kennelijk is bedoeld voor het verrichten van werkzaamheden van hoofdzakelijk administratieve aard.

1.49 kap:

de volledige of nagenoeg volledige afdekking van een gebouw in een gebogen vorm danwel met een dakhelling van ten minste 15° en ten hoogste 75°.

1.50 kinderopvang:

het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen en opvoeden van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint.

1.51 luifel

een afdak aan de buitengevel van een gebouw bevestigd en niet direct en duurzaam met de aarde verbonden.

1.52 maaiveld:

de gemiddelde hoogte van het natuurlijk terrein ten tijde van het rechtskracht verkrijgen van het bestemmingsplan.

1.53 maatschappelijke voorzieningen:

educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, waaronder praktijken voor fysiotherapie en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, woonzorg en kinderopvang, alsook ondergeschikte detailhandel en horecabedrijf ten dienste van deze voorzieningen.

1.54 maatvoeringsvlak:

het geometrisch bepaald vlak, dat goothoogtes en woningtypes scheidt.

1.55 mantelzorg:

intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond.

1.56 nok:

het snijpunt van twee hellende vlakken, of, indien voorgaande niet van toepassing is, het hoogste punt van het dak.

1.57 nutsvoorzieningen:

een voorziening ten behoeve van de telecommunicatie en de gas-, water- en electriciteitsdistributie alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen ondergrondse leidingen, transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten.

1.58 ondergeschikte functie:

functie waarvoor maximaal 30% van de vloeroppervlakte als zodanig mag worden gebruikt tot een maximum vloeroppervlak van 100 m2, tenzij elders in deze regels anders is bepaald

1.59 onderkomen:

een voor verblijf geschikt, al dan niet aan zijn bestemming onttrokken, vaar- of voertuig, ark of caravan, voor zover dat/die niet als een bouwwerk is aan te merken, alsook een tent.

1.60 overig bouwwerk:

een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.61 openbare dienstverlening:

de dienstverlening door een (semi-)overheidsinstelling in het kader van de uitoefening van de aan die instelling toegekende publieke taak.

1.62 openbaar toegankelijk gebied:

weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer.

1.63 overkapping:

een dakconstructie vrijstaand zonder wanden dan wel aan maximaal drie zijden begrensd door de gevels van belendende gebouwen, die niet wordt aangemerkt als een gebouw.

1.64 pand:

de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.

1.65 peil:

1.66 persoonlijke dienstverlening:

het verlenen van lichaamsverzorgende diensten, zoals een kapper, manicure, pedicure en schoonheidsspecialist met uitzondering van prostitutie.

1.67 prostitutie:

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.

1.68 publieke dienstverlening:

een bedrijfsmatige activiteit uitsluitend of overwegend gericht op het verlenen van diensten aan particulieren met een rechtstreeks contact met het publiek, niet zijnde detailhandel, horeca of seksinrichting.

1.69 twee-aaneen gebouwd:

twee woningen waarvan de hoofdgebouwen aan één zijde in de zijdelingse perceelsgrens aan elkaar zijn gebouwd.

1.70 seksinrichting:

de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.

1.71 veiligheidszone:

de zone welke niet mag worden overschreden door de grenswaarde of richtwaarde voor het plaatsgebonden risico c.q. door een plaatsgebonden risico-afstand welke geldt voor aanwezige of te vestigen risicobedrijven.

1.72 verkoopvloeroppervlakte:

de totale oppervlakte van de voor het publiek toegankelijke en zichtbare winkelruimte, inclusief de etalageruimte en de ruimte achter de toonbank danwel kassaruimte.

1.73 voorerf:

erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied.

1.74 voorgevel:

Een naar de openbare weg en/of fiets- en voetpad toegekeerde gevel van een hoofdgebouw.

1.75 voorgevelrooilijn:

denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen.

1.76 vrijstaand:

woningen waarbij het hoofdgebouw vrijstaat van naast gelegen hoofdgebouwen.

1.77 water en waterhuishoudkundige voorzieningen:

al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc.

1.78 webwinkel:

een internetwinkel waar alleen een elektronische transactie tot stand komt, al dan niet met opslag- en verzendfunctie, zonder afhaalmogelijkheid.

1.79 wonen:

het gehuisvest zijn in een woning/ wooneenheid, zoals omschreven in onderhavige begripsbepalingen.

1.80 woning:

een complex van ruimten, dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden.

1.81 woningsplitsing:

woningsplitsing: het bouwkundig en functioneel splitsen van een zelfstandige woning in twee of meer zelfstandige woningen óf het realiseren van één of meer woningen binnen de aaneengesloten hoofdbebouwing.

1.82 Woonomgeving

het gebied dat in de directe omgeving van een woning ligt.

1.83 zakelijke dienstverlening:

het bedrijfsmatig verlenen van diensten en/of het leggen van contacten of het uitvoeren van commerciële handelingen, uitgezonderd detailhandel, (kinder)opvang en een seksinrichting.

1.84 zijdelingse perceelsgrens:

de grens tussen twee percelen, die voor- en achterzijde van een perceel verbindt.

1.85 zorgwoning:

een gebouw of zelfstandig gedeelte van een gebouw dat bedoeld is voor de huisvesting van personen die niet zelfstandig kunnen wonen en die geestelijke en/of lichamelijke verzorging behoeven; verzorging kan voortdurend of nagenoeg voortdurend plaatsvinden en in het gebouw kan afzonderlijke ruimte ten behoeve van de verzorging aanwezig zijn.

Artikel 2 Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 afstand tot de perceelsgrens:

de afstand van een gebouw tot de perceelsgrens wordt gemeten vanaf het dichtst bij de perceelsgrens gelegen punt van het gebouw op 1 m boven peil en haaks op de perceelsgrens.

2.2 afstand tussen gebouwen:

de kortste afstand tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de gebouwen.

2.3 bebouwd oppervlak van een bouwperceel:

de oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen.

2.4 bebouwingspercentage:

de oppervlakte van gebouwen binnen het bouwvlak of, bij afwezigheid daarvan, het bestemmingsvlak, uitgedrukt in een percentage van de oppervlakte van dat vlak.

2.5 bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen.

2.6 dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

2.7 goothoogte van een bouwwerk:

  1. vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

  2. in afwijking van het onder a gestelde geldt dat bij het meten van de goothoogte van een bouwwerk dakkapellen buiten beschouwing worden gelaten, behoudens dakkapellen waarvan de gezamenlijke breedte meer bedraagt dan 50% van de breedte van het betreffende dakvlak. De goothoogte wordt dan gemeten vanaf het peil tot aan de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructieonderdeel van de dakkapel.

2.8 inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van de daken en dakkapellen.

2.9 ondergeschikte bouwdelen

bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als schoorstenen, antenne installaties, ventilatiekanalen, liftschachten, plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons, overstekende daken en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt.

2.10 vloeroppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

 

Artikel 3 Bedrijf - Nutsvoorziening

 

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf - Nutsvoorziening' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. bedrijfsactiviteiten ten behoeve van nutsvoorzieningen met transformatoren tot een maximale capaciteit van 1 MVA (mega-volt-ampère);

met de daarbij behorende:

 

3.2 Bouwregels

 

3.2.1 Algemeen

Op of in deze gronden mogen worden gebouwd:

  1. gebouwen;

  2. overige bouwwerken;

met inachtneming van de volgende bepalingen:

 

3.2.2 Gebouwen

  1. gebouwen uitsluitend mogen worden gebouwd binnen een bouwvlak;

  2. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer dan 3 m bedragen;

  3. binnen bouwvlakken mag het bebouwingspercentage ten hoogste zoveel bedragen als is aangegeven ter plaatse van de aanduiding "maximum bebouwingspercentage (%)", met dien verstande dat als geen aanduiding aanwezig is, het maximale bebouwingspercentage 100% bedraagt.

 

3.2.3 Overige bouwwerken

  1. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 2,5 m bedragen;

  2. de bouwhoogte van licht- en andere masten 3 m bedragen;

  3. de bouwhoogte van overige bouwwerken mag niet meer dan 3 m bedragen.

Artikel 4 Groen

 

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. groenvoorzieningen;

  2. waterlopen, waterpartijen en waterberging;

  3. waterhuishoudkundige- en waterstaatsdoeleinden;

met de daarbij behorende:

 

4.2 Bouwregels

 

4.2.1 Algemeen

Op of in deze gronden mogen uitsluitend overige bouwwerken worden gebouwd, met inachtneming van de volgende bepalingen:

 

4.2.2 Overige bouwwerken

De bouwhoogte van overige bouwwerken mag niet meer dan 2,5 m bedragen;
met uitzondering van:

waarvan de bouwhoogte maximaal 6 m mag bedragen.

 

 

Artikel 5 Maatschappelijk

 

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. maatschappelijke voorzieningen ter zake van woonzorg, en

  2. voorzieningen in de categorie 1, in de van deze regels deel uitmakende bijlage 1 - Lijst 2 van 'Toegelaten maatschappelijke voorzieningen';

met de daarbij behorende:

 

5.2 Bouwregels

 

5.2.1 Algemeen

Op of in deze gronden mogen worden gebouwd:

  1. hoofdgebouwen;

  2. bijbehorende bouwwerken;

  3. overige bouwwerken;

met inachtneming van de volgende bepalingen:

 

5.2.2 Hoofdgebouwen

  1. hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen een bouwvlak;

  2. de goot- en bouwhoogte van gebouwen niet meer mogen bedragen dan met de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven;

  3. binnen bouwvlakken mag het bebouwingspercentage ten hoogste zoveel bedragen als is aangegeven ter plaatse van de aanduiding "maximum bebouwingspercentage (%)", met dien verstande dat als geen aanduiding aanwezig is, het maximale bebouwingspercentage 100% bedraagt.

 

5.2.3 Bijbehorende bouwwerken

  1. de goothoogte niet meer dan 3 m en de bouwhoogte niet meer dan 5 m bedragen;

  2. de maximale bouwhoogte van een overkapping bedraagt 3 m, met dien verstande dat de maximale oppervlakte 20 m² per bouwperceel bedraagt;

  3. in afwijking van het bepaalde onder 5.2.2 onder a, mogen bergingen, fietsenstallingen en andere ondergeschikte dienstgebouwen buiten het bouwvlak worden gebouwd, tot een gezamenlijke oppervlakte van 100 m²;

  4. bij balkons mag de maximale diepte 1,5 m. bedragen vanuit de gevel van het hoofdgebouw.

 

5.2.4 Overige bouwwerken

  1. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 2 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn niet meer dan 1 m mag bedragen;

  2. de bouwhoogte van licht- en andere masten en beeldende kunstwerken mag maximaal 6 m bedragen;

  3. de bouwhoogte van luifels mag maximaal 4 m bedragen, tot een gezamenlijke oppervlakte van 20 m²;

  4. de bouwhoogte van overige bouwwerken mag niet meer dan 2,5 m bedragen.

 

5.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van:

  1. het bepaalde in lid 5.2.2 onder a en toestaan dat een gebouw gedeeltelijk buiten het bouwvlak wordt gebouwd, mits:

  1. de afstand tot de perceelsgrens ten minste 5 meter bedraagt;

  2. bouwhoogte van de gebouwen buiten het bouwvlak niet meer bedraagt dan 4 m;

  3. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:

  1. het bepaalde in lid 5.2.4 onder b ten behoeve van het bouwen van licht- en andere masten en beeldende kunstwerken tot een bouwhoogte van 10 m, mits daardoor geen onevenredig nadelige gevolgen ontstaan voor:

 

 

 

 

Artikel 6 Tuin

 

6.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen;
met de daarbij behorende:

 

6.2 Bouwregels

 

6.2.1 Algemeen

Op of in deze gronden mogen worden gebouwd:

  1. bijbehorende bouwwerken;

  2. overige bouwwerken.

met inachtneming van de volgende bepalingen:

 

6.2.2 Bijbehorende bouwwerken

  1. erkers en serres uitsluitend in aansluiting op woningen, mits:

  1. balkon uitsluitend in aansluiting op de eerste verdiepingsvloer, waarbij de maximale diepte vanuit de gevel van het hoofdgebouw 1,5 m. mag bedragen;

  2. de maximale oppervlakte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken bedraagt 6 m².

 

6.2.3 Overige bouwwerken

  1. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen binnen het achtererfgebied mag maximaal 2 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte in het voorerf niet meer dan 1 m mag bedragen;

  2. de bouwhoogte van een luifel mag maximaal 3 m bedragen, tot bij elke woning een gezamenlijke oppervlakte van 4 m²; en

  3. de bouwhoogte van overige bouwwerken mag niet meer dan 1 m bedragen.

 

 

Artikel 7 Verkeer - Verblijfsgebied

 

7.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. woonstraten en pleinen;

  2. voet- en fietspaden;

  3. parkeervoorzieningen;

met de daarbij behorende:

 

7.2 Bouwregels

 

7.2.1 Algemeen

Op of in deze gronden mogen uitsluitend overige bouwwerken worden gebouwd, met inachtneming van de volgende bepalingen:

 

7.2.2 Overige bouwwerken

De bouwhoogte van overige bouwwerken mag niet meer dan 2,5 m bedragen;
met uitzondering van:

waarvan de bouwhoogte maximaal 6 m mag bedragen.

 

Artikel 8 Water

 

8.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. waterhuishouding;

  2. waterlopen, waterpartijen en waterberging;

  3. waterhuishoudkundige- en waterstaatsdoeleinden;

met de daarbij behorende:

 

8.2 Bouwregels

 

8.2.1 Algemeen

Op of in deze gronden mogen uitsluitend overige bouwwerken worden gebouwd, met inachtneming van de volgende bepalingen:

 

8.2.2 Overige bouwwerken

De bouwhoogte van overige bouwwerken mag niet meer dan 2,5 m bedragen;
met uitzondering van:

waarvan de bouwhoogte maximaal 4 m mag bedragen.

 

 

 

 

Artikel 9 Wonen

 

9.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. wonen;

  2. aan huis gebonden activiteiten, indien deze in de lijst van 'Rechtstreeks toegestane aan huis gebonden activiteiten' is opgenomen in de van deze regels deel uitmakende bijlage 1 - Lijst 1 en met inachtneming van de voorwaarden genoemd in lid 9.4.1;

  3. bed & breakfast in het hoofdgebouw, met inachtneming van de voorwaarden genoemd in lid 9.4.1;

met de daarbij behorende:

 

9.2 Bouwregels

 

9.2.1 Algemeen

Op of in deze gronden mogen worden gebouwd:

  1. hoofdgebouwen;

  2. bijbehorende bouwwerken;

  3. overige bouwwerken.

met inachtneming van de volgende bepalingen:

 

9.2.2 Hoofdgebouwen

  1. een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd met handhaving van de huidige voorgevelrooilijn;

  2. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding “maximum aantal woningen” staat aangegeven;

  3. als woningtype mogen uitsluitend worden gebouwd aaneengebouwde woningen ter plaatse van de aanduiding “aaneengebouwd”;

  4. de goot- en bouwhoogte van gebouwen niet meer mogen bedragen dan met de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven.

 

9.2.3 Bijbehorende bouwwerken

  1. de bijgebouwen zijn zowel binnen als buiten het bouwvlak toegestaan;

  2. de goothoogte van een aangebouwd bijgebouw mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste verdiepingsvloer van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,30 m;

  3. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen;

  4. de bouwhoogte van bijgebouwen mag niet meer dan 6 m bedragen;

  5. de maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken per woning bedraagt 100 m², mits niet meer dan 60% van het bouwperceel (met inbegrip van alle op het bouwperceel aanwezige bebouwing) bebouwd wordt;

  6. de afstand van bijgebouwen tot aan de voorgevelrooilijn bedraagt minimaal 1 meter;

  7. de maximale bouwhoogte van een overkapping bedraagt 3 m, met dien verstande dat de maximale oppervlakte 20 m² per bouwperceel bedraagt en de overkapping enkel in het achtererfgebied is toegestaan.

9.2.4 Overige bouwwerken

  1. de gezamenlijke maximale oppervlakte aan overige bouwwerken en bijbehorende bouwwerken per woning mag niet meer bedragen dan is bepaald in lid 9.2.3 onder e.

  2. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 2 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen gelegen in het voorerf maximaal 1 m mag bedragen;

  3. de bouwhoogte van vlaggenmasten maximaal 6 m mag bedragen, met dien verstande dat er maximaal één per woning is toegestaan;

  4. de bouwhoogte van overige bouwwerken mogen niet meer dan 2,5 m bedragen.

 

9.3 Afwijken van de bouwregels

 

9.3.1 Met betrekking tot hoofdgebouwen

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het in lid 9.2.2 sub d bepaalde voor het overschrijden van de maximale goot- en bouwhoogte van een woning tot maximaal 6 m respectievelijk 10 m, met inachtneming van de volgende voorwaarden:

  1. overschrijding is slechts toegestaan voor zover geen onevenredige belemmeringen voor omliggende functies ontstaan, waaronder begrepen het woongenot van de belendende percelen;

  2. bij overschrijding van de maximale goot- en/of hoogte met meer dan een meter is dit alleen mogelijk indien dit projectmatig en tegelijkertijd met de aaneen gebouwde woningen in hetzelfde bouwvolume en maatvoeringen plaats vindt;

  3. overschrijding is alleen toegestaan indien dit past in het stedenbouwkundig en landschappelijk beeld dat in dit plan is beoogd.

 

9.3.2 Met betrekking tot bijbehorende bouwwerken

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 9.2.3 sub b voor een hoger aangebouwd bijgebouw, mits:

  1. het een bijgebouw betreft dat is aangebouwd aan het hoofdgebouw;

  2. het bijgebouw ten minste 3 m lager is dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw.

  3. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:

 

9.3.3 Met betrekking tot overige bouwwerken

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 9.2.4 sub b voor een hogere erfafscheiding voor de voorgevelrooilijn, mits:

  1. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 2 meter;

  2. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:

 

9.4 Specifieke gebruiksregels

 

9.4.1 Aan huis gebonden activiteiten

Het gebruik van woningen en bijgebouwen voor aan huis gebonden activiteiten is toegestaan onder de volgende voorwaarden:

  1. de activiteit mag geen onevenredige verkeersaantrekkende werking veroorzaken;

  2. de extra parkeerbehoefte moet zoveel mogelijk op eigen terrein worden opgelost;

  3. de bewoner oefent de activiteit zelf uit;

  4. maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning met bijgebouwen met een absoluut maximum van 50 m² wordt gebruikt ten behoeve van de aan huis gebonden activiteit(en);

  5. de activiteit is opgenomen op de lijst van 'Rechtstreeks toegestane aan huis gebonden activiteiten', opgenomen in de van deze regels deel uitmakende bijlage 1 - Lijst 1;

  6. indien het gaat om een bed & breakfast in het hoofdgebouw gelden per bed & breakfast tevens de volgende voorwaarden:

 

9.4.2 Strijdig gebruik

Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend:

  1. permanente of tijdelijke bewoning, in vrijstaande bijgebouwen;

  2. het gebruiken van (vrijstaande) bijbehorende bijgebouwen bij woningen als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte;

  3. het gebruik van een woning en/of bijbehorende bijgebouwen bij woningen voor de uitoefening van detailhandel of horecagelegenheid;

  4. bij bed & breakfast als overnachting noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid.

 

9.4.3 Afwijken van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het in lid 9.4.1 bepaalde voor een ander gebruik van:

  1. het vestigen van een bed & breakfast in een vrijstaand bijgebouw;

  2. het vestigen van eerstelijnszorg;

  3. groepsmatige activiteiten;

  4. detailhandel;

  5. diverse samenwerkingsvormen;

  6. vergroting van het vloeroppervlak;

  7. activiteiten in meergezinswoningen.

9.4.4 Toelaatbaarheid

Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 9.4.3 wordt slechts verleend indien:

  1. de woning dient altijd in overwegende mate de woonfunctie te behouden

  2. de kwaliteit van de woonomgeving, waaronder begrepen verkeer, parkeren, milieuhinder, bodemkwaliteit, geur en geluid, dient gewaarborgd te zijn; en

  3. voor een bed & breakfast in een vrijstaand bijgebouw zijn tevens de voorwaarden genoemd in lid 9.4.1 van toepassing en een keuken of soortgelijke voorziening is niet toegestaan.

 

Artikel 10 Waarde - Archeologie 2

 

10.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de hoge archeologische verwachting.

10.2 Bouwregels

Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:

  1. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte van het bouwwerk niet wordt vergroot of ruimtelijk gewijzigd en voorzover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,3 m;

  2. bouwwerken met een oppervlakte van minder dan 100 m² voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,3 m.

 

10.3 Afwijken van de bouwregels

 

10.3.1 Afwijken ten dienste van andere bestemming

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 10.2, voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de andere geldende bestemming(en), mits:

  1. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd rapport in voldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; of

  2. indien de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld; of

  3. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd rapport in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; of

  4. de volgende voorwaarden in acht genomen worden indien, op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten kunnen worden verstoord:

 

10.3.2 Archeologische rapport

Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen dat voldoet aan de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA).

 

10.3.3 Advies

Bij de beoordeling van het archeologisch onderzoek en het afwijkingsverzoek als bedoeld in lid 10.3.1 laat het bevoegd gezag zich adviseren door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie-KNA.

10.4 Nadere eisen

Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) te behouden.

 

10.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

 

10.5.1 Omgevingsvergunning

Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

  1. het ophogen van de bodem met meer dan 1 m, afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen), woelen, mengen, aanbrengen van heipalen, egaliseren en ontginnen van gronden met dien verstande dat het werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden betreft met een oppervlakte groter dan 100 m² en dieper dan 0,3 m;

  2. het wijzigen van de waterhuishouding, zoals draineren en het uitdiepen, graven en/of verleggen van waterlopen;

  3. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur dieper dan 0,3 m;

  4. het verlagen van het waterpeil;

  5. het doen van opgravingen in het kader van archeologisch onderzoek, mits verricht door een ter zake deskundige, namelijk een archeologische instantie met een opgravingsbevoegdheid.

 

10.5.2 Uitzonderingen

Het verbod, zoals bedoeld in lid 10.5.1 is niet van toepassing, indien:

  1. het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels, leidingen en rioleringen, waarbij niet dieper wordt gegraven dan de reeds uitgegraven diepte;

  2. het gaat om werken en werkzaamheden die het normale onderhoud en/of beheer betreffen dan wel van ondergeschikt belang zijn;

  3. op basis van inventariserend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond en door het bevoegd gezag is goedgekeurd, dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn;

  4. de werken en werkzaamheden:

  1. de werken en werkzaamheden op inventariserend of definitief archeologisch onderzoek zijn gericht.

 

10.5.3 Toelaatbaarheid

Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 10.5.1 wordt slechts verleend indien:

  1. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd rapport in voldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of

  2. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd rapport in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; of

  3. de volgende voorwaarden in acht genomen worden indien, op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd rapport in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden kunnen worden verstoord:

 

10.5.4 Advies

Indien het bevoegd gezag voornemens is om aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden als bedoeld in lid 10.5.3 onder c, vraagt het bevoegd gezag advies aan de deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie-KNA.

 

10.6 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

  1. Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een aanwezig bouwwerk te slopen, indien de oppervlakte van het bouwwerk meer bedraagt dan 100 m² en de diepte meer bedraagt dan 0,30 m onder het bestaande peil;

  2. aan de omgevingsvergunning kan in elk geval de voorwaarde worden gesteld dat de sloop wordt begeleid door een gekwalificeerde deskundige (zijnde een archeologisch bedrijf met een opgravingsvergunning). Hiervoor is een door de het bevoegd gezag schriftelijk goedgekeurd Programma van Eisen vereist dat is opgesteld conform de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA);

  3. indien tijdens de begeleiding van de sloopwerkzaamheden vondsten van zeer hoge waarden worden aangetroffen, wordt hiervan terstond melding gemaakt bij het bevoegd gezag, dat in het belang van de archeologische monumentenzorg aanvullende voorschriften kan verbinden aan de omgevingsvergunning;

  4. de vergunning wordt niet verleend, indien blijkt dat de sloop een onevenredige aantasting van de archeologische waarden van de gronden tot gevolg heeft.

 

10.7 Wijzigingsbevoegdheid

 

10.7.1 Wijziging op basis van archeologisch onderzoek

Burgemeester en wethouders kunnen, overeenkomstig artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, het plan wijzigen in die zin dat aan de bestemming 'Waarde - Archeologie 2' wordt ontnomen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.

 

10.7.2 Advies

Alvorens de in lid 10.7.1 bedoelde wijziging wordt toegepast, vraagt het bevoegd gezag advies aan de deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie-KNA.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

 

Artikel 11 Antidubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

 

 

Artikel 12 Algemene bouwregels

 

12.1 Ondergronds bouwen

Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen, met dien verstande, dat:

  1. het bouwwerk loodrecht onder het hoofdgebouw en/of daarbij behorende bijgebouwen wordt gebouwd;

  2. de maximale diepte van een ondergronds bouwwerk ten behoeve van een zwembad 6 meter bedraagt en alle andere ondergrondse bouwwerken 3,5 m, gemeten vanaf de onderkant begane grond.

 

12.2 Bestaande maten

 

12.2.1 Maximale maatvoering

Indien afstanden tot, en bouwhoogten, aantallen en/of oppervlakten van bestaande (legale) bouwwerken, op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden.

 

12.2.2 Heroprichting

In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in 12.2.1 uitsluitend van toepassing, indien het geschiedt op dezelfde plaats.

 

12.3 Uitsluiting aanvullende werking bouwverordening

De voorschriften van de Bouwverordening ten aanzien van onderwerpen van stedenbouwkundige aard blijven overeenkomstig het gestelde in artikel 9, lid 2 van de Woningwet buiten toepassing, behoudens ten aanzien van de volgende onderwerpen:

  1. de richtlijnen voor het verlenen van een omgevingsvergunning ten behoeve van het afwijken van de stedenbouwkundige bepalingen;

  2. het bouwen bij hoogspanningsleidingen en ondergrondse hoofdtransportleidingen;

  3. de bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer;

  4. de bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten;

  5. de parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden;

  6. de ruimte tussen bouwwerken.

 

 

Artikel 13 Algemene gebruiksregels

Het is verboden de in de bestemming begrepen gronden en de daarop voorkomende bouwwerken te gebruiken of in gebruik te geven of te laten voor een doel of op een wijze strijdig met de bestemming.

13.1 Strijdig gebruik

Tot een gebruik, strijdig met de gegeven bestemmingen, wordt in ieder geval gerekend:

  1. het gebruik van de gronden voor de opslag van (aan het oorspronkelijk verkeer onttrokken) voer-, vaar- of vliegtuigen, anders dan in het kader van de bedrijfsvoering;

  2. het gebruik van de gronden voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond, bodemspecie en puin en voor het storten van vuil, anders dan in het kader van de bedrijfsvoering;

  3. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting;

  4. het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen.

 

13.2 Parkeernormen

 

13.2.1 Algemeen

Bij een gebouw moet ten behoeve van het parkeren en het stallen van auto’s in de juiste mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder dat gebouw dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort, met dien verstande dat:

  1. de juiste mate van ruimte wordt bepaald met behulp van de parkeernormen zoals die in de van deze regels deel uitmakende Bijlage 2 'Notitie Parkeren' zijn opgenomen;

  2. de in lid a bedoelde ruimten voor het parkeren van auto’s moeten afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto’s;

  3. indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor laden en lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort.

 

13.2.2 Strijdig gebruik

Tot een gebruik strijdig met de gegeven bestemming wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden of bouwwerken waarbij niet op eigen terrein wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de normering zoals die zijn opgenomen in Bijlage 2 'Notitie Parkeren'.

 

13.2.3 Voorwaardelijk verplichting

Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en het wijzigen van de functie van gebouwen en gronden wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de normering zoals die zijn opgenomen in Bijlage 2 'Notitie Parkeren'.

 

13.2.4 Afwijken

Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in lid 13.4.1, 13.4.2 en 13.4.3 voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte wordt voorzien.

 

13.2.5 Wijzigingsbevoegdheid

Het bevoegd gezag kan afwijken, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, lid 1, onder a van de Wet ruimtelijke ordening, van de in artikel 13.4.1, 13.4.2 en 13.4.3 bedoelde parkeernormen te wijzigen.

 

Artikel 14 Algemene afwijkingsregels

 

14.1 Afwijkingen

Indien niet op grond van een andere bepaling van deze regels kan worden afgeweken, kan het bevoegd gezag met een omgevingsvergunning afwijken van de desbetreffende regels van het plan:

  1. ten behoeve van het bouwen van niet voor bewoning bestemde bouwwerken voor nutsvoorzieningen, zoals gasdrukregelstations, wachthuisjes, telefooncellen en transformatorhuisjes, uitgezonderd verkooppunten voor motorbrandstoffen, waarvan de goothoogte niet meer dan 3 m en de inhoud niet meer dan 50 m³ mag bedragen;

  2. indien en voor zover afwijkingen ten aanzien van de ligging van bestemmings- en bouwgrenzen en aanduidingen noodzakelijk zijn ter aanpassing van het plan aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein, mits die afwijkingen ten opzichte van hetgeen op de verbeelding is aangegeven niet meer dan 5 m bedragen;

  3. voor afwijkingen van bepalingen, gesteld ten aanzien van maten en percentages, mits die afwijkingen beperkt blijven tot ten hoogste 10% van de in het plan aangegeven maten en percentages, met dien verstande dat deze omgevingsvergunning niet verleend kan worden voor woonschepen;

  4. ten behoeve van het bouwen van antennemasten tot een hoogte van 20 m.

 

14.2 Bed & Breakfast

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van deze regels ten behoeve van een Bed & Breakfast in een vrijstaand bijgebouw onder de volgende voorwaarden:

  1. de woonfunctie als hoofdfunctie behouden blijft;

  2. bedoeld gebruik geen hinder voor het woonmilieu mag opleveren en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt;

  3. bedoeld gebruik geen belemmering voor de omliggende bedrijven mag opleveren;

  4. het gebruik naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn;

  5. het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in het hoofdgebouw of bijgebouw uitvoert, tevens de gebruiker van het hoofdgebouw is;

  6. er mag geen duurzame ontwrichting van de evenwichtige opbouw van de voorzieningenstructuur ontstaan;

  7. het niet betreft zodanig verkeersaantrekkende activiteiten die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer

  8. er dient te worden voldaan aan de parkeernormen van CROW publicatie 182;

  9. de Bed & Breakfast-voorziening dient in bestaande bebouwing gerealiseerd te worden;

  10. maximaal 40% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw en de daarbij behorende bijgebouwen ten behoeve van een Bed & Breakfast in gebruik mag zijn, zulks met een absoluut maximum van 50 m².

 

14.3 Uitzondering

Een omgevingsvergunning als bedoeld in 14.1 en 14.2 kan niet worden verleend indien enig aangrenzend terrein of aangrenzende bebouwing in een toestand wordt gebracht, die strijdig is met het plan en/of indien op enig aangrenzend terrein de verwerkelijking van het plan wordt belemmerd en dit niet door het stellen van voorwaarden aan de omgevingsvergunning kan worden voorkomen.

 

 

 

Artikel 15 Algemene wijzigingsregels

Het bevoegd gezag kan de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen voor wat betreft:

  1. de grenzen van bestemmingen dusdanig aan te passen dat het bouwvlak van een bestaande woning, voor zover gelegen binnen de bestemming Wonen, kan worden verplaatst, voor zover zulks noodzakelijk of gewenst is voor het creëren van een verantwoord woonmilieu, mits de nieuwe oppervlakte van het bouwvlak niet meer dan 120 m² zal bedragen;

  2. de van deze regels deel uitmakende Bijlage 1 'Bedrijfsactiviteiten' als volgt te wijzigen:
    het toevoegen en schrappen van soorten bedrijven en soorten opslag en installaties en het veranderen van de categorie-indeling van soorten bedrijven, opslagen en installaties, voorzover veranderingen in de bedrijfsvoering en de milieugevolgen van soorten bedrijven, opslagen en installaties hiertoe aanleiding geven.

 

 

 

Artikel 16 Overige regels

Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar een wet, een algemene maatregel van bestuur, een verordening, een richtlijn of een andere (wettelijke) regeling, dan geldt deze wet, algemene maatregel van bestuur, verordening, richtlijn of andere (wettelijke) regeling zoals die luidt dan wel van kracht is op het moment van de tervisielegging van het ontwerp van dit plan.

 

 

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

 

Artikel 17 Overgangsrecht

 

17.1 Overgangsrecht bouwwerken

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:

  1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;

  2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

17.2 Afwijking

Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in lid 17.1 en een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het bepaalde in lid 17.1 met maximaal 10%.

 

17.3 Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken

Het bepaalde in lid 17.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

 

17.4 Overgangsrecht gebruik

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

 

17.5 Strijdig gebruik

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 17.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

 

17.6 Verboden gebruik

Indien het gebruik, bedoeld in lid 17.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

 

17.7 Uitzondering op het overgangsrecht gebruik

Het bepaalde in lid 17.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

 

 

Artikel 18 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als:

Regels van het 'Bestemmingsplan Notenhoff - partiële herziening 2015' van de gemeente Woudrichem.